
Al deze zaken leiden tot extra energieverbruik en klachten van bewoners en maken vaak directe opvolging noodzakelijk.

Inderdaad, maar dat gaat niet vanzelf. Lucht zit vaak opgelost in de installatievloeistof of is aanwezig in de vorm van zeer kleine bellen (microbellen). Gewone snelontluchters kunnen deze lucht beslist niet adequaat verwijderen. De lucht wordt meegenomen in de circulatie en zal voornoemde problemen veroorzaken.
Door verschillende oorzaken kan er zich lucht in een installatie bevinden. De belangrijkste zijn:
* de Wet van Henry: "Gas zal oplossen in een vloeistof, totdat er een evenwicht is tussen de partiële druk van het gas en de druk in de vloeistof". Dat betekent dat er zich in een vloeistof minder opgeloste gassen kunnen bevinden naarmate de temperatuur hoger of de druk lager is. Dus onder invloed van druk en temperatuur zal vloeistof op bepaalde plaatsen in een installatie meer of minder gassen opnemen of opgeloste gassen afgeven.

Na initieel ontluchten bevat een vloeistofsysteem, bijvoorbeeld een cv- of koelinstallatie, nog veel gassen in de vorm van microbellen. Met de ontwikkeling van de SpiroVent, die het mogelijk maakt ook de microbellen uit het water te verwijderen, werd een forse stap gezet in de conditioneringsmogelijkheid van installatiewater.
De werking van de microbellenluchtafscheider is gebaseerd op het absorptieproces (de wet van Henry). Bij verhitting of drukverlaging komt er dus lucht vrij in de vorm van microbellen. Bijvoorbeeld in een cv-ketel en aan de wand van de warmtewisselaar lopen de temperaturen op tot hoge waarden. Microbellen vormen zich dus op deze plaatsen. (Kijkt u maar naar de bodem en de wand van een pannetje, waarin water wordt opgewarmd: er vormen zich microbellen...).